Puzzels en raadsels voor de post

Heel vroeger, toen het briefverkeer nog het belangrijkste communicatiemiddel was en de postcode nog lang niet was uitgevonden, deden ze bij de posterijen vaak helemaal niet moeilijk als een brief of kaart niet volledig geadresseerd was. Integendeel, de dienaren van "Tante Pos" deden hun best om ook poststukken met de vaagste adresaanduidingen aan de juiste deur te bezorgen. Geen straatnaam en huisnummer vermeld? De familie wonend "schuin t/o kerk" kreeg toch de kerstkaart in de bus. Plaatsnaam vergeten? Zelfs dan zochten ijverige postbeambten uit waar zo’n brief, als die niet "hier ter stede" moest zijn, alsnog zijn bestemming hoorde te vinden. Dat kon soms tot een langdurige omzwerving leiden. In het uiterste geval wachtte de brief het droevige lot van "onbestelbaar retour", als de afzender tenminste bekend was.

Er waren in die goede oude tijd ook lieden die willens en wetens de posterijen voor raadsels plaatsen en tot vergaande speurtochten uitdaagden. Uit de posthistorie zijn daarover tal van sterke verhalen en smakelijke anekdotes bekend. Wel heel inventief in het testen (of pesten?) van de post was de Engelsman Willie Reginald Bray (1879-1939). Na nauwkeurige bestudering van de Post Office Guide besloot deze boekhouder in 1898 al die regels en voorschriften, en tegelijk het dienstbetoon van de Britse posterijen, eens goed op de proef te stellen. De ene reeks experimenten volgde op de andere. Vanuit zijn woonplaats ten noorden van Londen verzond hij tot in de jaren dertig duizenden hoogst ongewone poststukken. Die hobby moet Bray een vermogen hebben gekost, en de post veel hoofdbrekens en extra (zoek-)werk. Aanvankelijk zocht hij de grenzen van de postreglementen op door het verzenden, aan zichzelf, van allerlei onverpakte en met postzegels beplakte voorwerpen: een fietspomp, een konijnenschedel, een bosje uien. Ze kwamen inderdaad aan, evenals Bray’s voldoende gefrankeerde foxterriër. Tweemaal, in 1900 en 1903, deed hij ook zichzelf maar eens op de post - aangetekend - en beide keren werd hij keurig aan zijn huisadres afgeleverd. Met een baby lukte het niet. Op het postkantoor konden ze niet garanderen dat de zending onbeschadigd zou overkomen.

Al die wonderlijke postale experimenten van Bray, die al spoedig de bijnaam "The Human Letter" kreeg, staan beschreven in het eind vorig jaar verschenen boek van John Tingey, The Englishman Who Posted Himself and Other Curious Objects. Boeiend zowel als vermakelijk zijn vooral de afbeeldingen van de echte poststukken, voornamelijk brief- en ansichtkaarten, waarmee Bray de Britse postsorteerders en -bodes tot puzzelen en speuren dwong, en wellicht ook vaak in vertwijfeling bracht. Wat moesten ze aan met een kaart, waarop het adres in rebusvorm, als cryptisch rijmpje of alleen met geografische coördinaten aangegeven was? Een ansichtkaart met een vuurtoren adresseerde Bray enkel met: "To the keeper", en een met een stoomlocomotief richtte hij doodleuk aan "The driver". Nog een graadje moeilijker moet de bezorging van een ansichtkaart uit 1902 zijn geweest, gericht aan de ingezetene van het Schotse eiland Hoy (Orkaden) die het dichtst bij de pilaarrots "The Old Man" woonde...

Lang niet alle zendingen van Bray bereikten hun raadselachtige bestemming. Waarschijnlijk kon of wilde de post niet altijd die rare puzzels oplossen. Toch kwam een flink aantal, op zijn beleefde verzoek, bij Bray terug. Al dan niet na een omzwerving. Anders zou hij er natuurlijk geen collectie van hebben kunnen aanleggen. Auteur Tingey kocht de nog resterende verzameling in 2001 op een postzegelveiling en breidde haar uit met intussen elders opgedoken en achterhaalde poststukken. Bray was in latere jaren ook een fanatiek verzamelaar van handtekeningen van bekende en beroemde figuren, tot aan regerende staatshoofden toe. Bij het verzenden van zijn "bedelbrieven", met antwoordkaart, beproefde hij menigmaal ook weer de post met een mysterieuze adressering: hij plakte een tijdschrift- of sigarenplaatje van de betreffende bekende persoon op een brief en schreef er slechts diens woonplaats bij. Hij kreeg heel veel autogrammen retour. Tot vijfmaal toe schreef hij ook Hitler aan, maar die reageerde niet. Waar Bray’s levenslange fascinatie voor de werking van het postsysteem vandaan kwam, kan John Tingey niet verklaren. Uit zijn boek blijkt in elk geval wel dat de Britse posterijen de curieuze proefnemingen van Bray vaak de glans hebben doorstaan.

Vandaag de dag kun je zulke fratsen zeker niet meer met succes uithalen. Ik denk niet dat PostNL er de lol van inziet en daarom niet tot bezorging zal overgaan.

Bron: het verenigingblad van de Haarlemse Filatelistenvereniging OP HOOP VAN ZEGELS, door Johan Jongsma

Copyright © 2009-2012 Statuut 80
Design: Ben Koopmanschap
Laatst bijgewerkt: 04-10-2011