Over restauraties en vervalsingen

Restauratie, reparatie of bedrog?

In de kunst- en antiekwereld is restauratie een bekend begrip zonder kwalijke reputatie. Men hoeft maar te denken aan de grootschalige restauratiewerken aan de Sixtijnse Kapel in Rome, waar alle muur- en plafondschilderingen een grondige opknapbeurt kregen (Michelangelo Buonarotti glundert nu van opperst genoegen...) Het repareren van antieke meubelen wordt eveneens algemeen goedwillend aanvaard. En gebouwen, dan denken we maar aan het zopas in de Streekkrant van 20 februari 2003 verschenen artikel, i.v.m. de restauratie van de O.L.Vrouwkerk, welke 10 jaren zou duren; maar geen nood, als ik het goed heb staat de hoofdkerk van Laken al 30 jaar in de steigers... Het doel van al deze reparaties is natuurlijk om al die unieke kunstwerken in hun oorspronkelijke staat terug te brengen, zodat wij er een aangenaam gevoel van overhouden, op voorwaarde dat deze restauratie deskundig is uitgevoerd.

In de filatelie appelleert het woord restauratie niet altijd aan deze emoties. Verzamelaars kijken meestal argwanend naar gerestaureerde postzegels. Meestal worden ze ook eerder "reparaties" dan "restauraties" genoemd, omdat de herstelling van het onderwerp een ietwat bedrieglijke reputatie heeft. Restauraties van unieke kunstvoorwerpen verleent aan deze producten een meerwaarde.

Een postzegel is echter geen schilderij

Bij postzegels ligt dit enigszins anders. Postzegels zijn zelden unieke exemplaren voor wat hun creatie betreft. Wanneer zeldzame, maar beschadigde exemplaren gerestaureerd of gerepareerd worden, dan verliezen ze natuurlijk minder van hun waarde dan wanneer ze beschadigd blijven, maar in alle omstandigheden moet de reparatie ook medegedeeld worden. Zo niet, hebben we toestemming van over bedrog te spreken.

De meeste reparaties van postzegels hebben betrekking op het aanzetten van perforatietoestanden, het opvullen van dunne plekken of gaten en het wegwerken van vouwen. Doch wat dat laatste betreft, zal men niet tot reparatie overgaan wanneer die vouw reeds bestond tijdens de drukprocedure en aanleiding gaf tot een zeer begeerde curiositeit "accordeonplooi", vooral op klassieke zegels. Ook het na gommen wordt hij vaak in deze categorie ondergebracht, doch voor de meeste verzamelaars begeven deze "artiesten" zich op het terrein van de bedriegerij. De grens tussen restauratie en bedrog is niet altijd even gemakkelijk na te trekken. Een restaurateur, die een stempeltje "gerepareerd" of "gerestaureerd" plaatst op de achterzijde van een dergelijke zegel, is van goede wil en kan moeilijk van malversaties beschuldigd worden. Anders wordt het wanneer de herstelling niet aangekondigd en nergens vermeld wordt. Door het verzwijgen van de operatie geeft men de indruk dat het document (de postzegel) intact is, dat er niets mee aan de hand is (of was). Hierdoor bedriegt men de koper, want natuurlijk heeft het volledig intact origineel altijd meer waarde dan een hersteld origineel.

Wanneer wordt het bedrog?

Men kan van mening verschillen over de waarde van een restauratie of van een herstelling. Het is in de filatelie niet ongebruikelijk dat postzegels schoongemaakt worden, dat bijvoorbeeld de kleur opgefrist wordt. Is dit restauratie of moeten wij hier van bedrog spreken?

Vervalsingen

Men is geneigd om het woord "vervalsing" te associëren met "namaak", met het expliciet doel bedrog te plegen, en dan zijn er twee mogelijke slachtoffers: ofwel de koper van een dergelijke zegel, ofwel de staat. In het eerste geval zijn de individuele vervalsingen, waarvan de oplage zeer laag is. Daarbij kunnen dergelijke vervalsingen nogal slordig zijn uitgevoerd, zodat ze vlug opvallen: ze zijn dan enkel gevaarlijk voor nieuwelingen die niet over de nodige kennis beschikken. Anderen zijn echter vervaardigd door meesters in vervalsingen, waarvan de beroemdste wel De Sperati was, een zeer erudiete verzamelaar van waardevolle klassieke zegels van de wereld. Gelukkig merkte hij wel zijn namaaksels met het stempeltje "Facsimile", doch andere experten zijn helaas niet zo scrupuleus.

Vervalsingen in het nadeel van de Staat worden echter in grote oplage gemaakt en brengen de vervalser(s) per stuk misschien niet zoveel op, doch is het volume dat de doorslag geeft. Dergelijke vervalsingen worden meestal ook vervaardigd tijdens troebele periodes, kijk maar naar de kleine Rode Kruis zegels van België van 1914 (129/131), waarbij zelfs originele platen werden gebruikt!

Andere vervalsingen in het nadeel van de verzamelaars zijn de valse afstempelingen, vooral van zeldzame stempels. Doch zijn er ook vervalsers, die dankzij de moderne technieken van fotokopieermachines, valse stempels op moderne zegels produceren en soms, door onachtzaamheid, door de mand vallen, door bijvoorbeeld een vals relais datumstempel van 1958 te fotokopiëren op een zegel van 1964.

Soms worden valse stempels geplaatst op vervalste zegels om de vervalsing van deze laatste te verbergen. Voorbeeld van een dubbele vervalsing is de 5Fr Albert l, Pellens met spoorwegstempel van Gent Dampoort. Een ander voorbeeld van veel voorkomende vervalsingen is het chemisch veranderen van een kleurnuance van een zegel om een zeldzaamheid te bekomen. Denken we hier aan die beruchte 2Fr Koning Boudewijn type Marchand in blauwe kleur, waarvoor je eventjes 800Bfr moest neerdokken. De techniek is zo verfijnd, dat het niet te ontdekken valt!

Maar het zijn vooral foutdrukken die de aandacht van de vervalsers trekken en dan denken wij hier vooral aan zegels met kopstaande middenstukken, zoals onze "omgekeerde Dendermonde".. en zo zijn wij weer aangeland bij ons onderwerp. Want recent duiken er steeds meer "vervalsingen" op van deze zegel. Het papier is origineel, de gom is origineel, de kleuren zijn origineel. Wel is de zegel op de achterzijde voorzien van een stempeltje "V", voor vals, later van een stempeltje "specimen".

Het gehanteerde procedé is een moderne restauratietechniek uit de boekdrukkunst en is vrij eenvoudig. Met de laser wordt tot op een duizendste millimeter diepte nauwkeurig de binnen tekening ingesneden op een postfrisse zegel. Vervolgens wordt het papier "gesplitst": de zegel wordt tussen een pers geplaatst zodat hij perfect vlak ligt. Nu wordt met een laser een gelijkmatig laagje van ca.0.030 mm losgesneden. Zo bekomt men het "kader" (lila rood) met integrale achterwand. Het uitgesneden "schilderij" (zwart), dat men vervolgens omgekeerd terug inlast. Resultaat: een "Dendermonde" met kopstaand middenstuk in origineel materiaal. De verschillen met een echte zijn slechts microscopisch. Een minimaal dikteverschil ter hoogte van de lasnaden is nog voelbaar, maar dit had kunnen weggewerkt door een tweede "splitsing" van het middenstuk. Ook de papierstructuur kan men nagaan, dan vindt men beide eindjes van doorgesneden papiervezels op symmetrische plaatsen terug. Eenmaal het programma ingesteld en getest vraagt deze techniek slechts enkele minuten per zegel! De marktprijs zal zich dan ook op een tiental euro gaan stabiliseren.

Wel zal een gewone nr. 182 schaars kunnen worden, zeker de exemplaren met een mooi centraal middenstuk. Een licht verschoven druk van het zwarte middenstuk sluit de zegel uit voor verwerking, maar is wel couranter (dat laatste is waar, want de drukker Enschede en Zonen ontving hierover de nodige klachten vanwege de Belgische Overheid, maar de oorzaak lag wel bij de druktechniek: het papier moest eerst bevochtigd worden en zodoende kon het uitzetten of krimpen, mede onder invloed van diens samenstelling en uitwendige oorzaken). Wel moet benadrukt worden, dat deze kunststukjes geen bedrieglijke namaak zijn omdat de maker ze zelf voorzien heeft van een keurmerk "vals". Trouwens, de uitdrukkelijke voorwaarde om van zijn werkgever over de nodige professionele apparatuur te mogen beschikken is: "beslagrisico" !

Ik weet niet of het u opgevallen is, maar er was wel degelijk sprake van het schaarser worden van het nr. 182, nietwaar?, Wel, ik richt mij tot die beëdigde vervalser: U vergeet dat de bewuste foutdruk enkel bestaat bij het nr. 182A, specifiek voor de zegels uit vellen van 25, of de eerste oplage, en dat het nr. 182 de zegel beschrijft van de tweede oplage waarvan het zegelbeeld wel hoger is, doch minder breed! Niet bijster snugger hoor! Het zou zinvol geweest zijn als er exemplaren van de kopstaande middenstukken van die 2 halve vellen van 100 (elk 50 zegels) bewaard waren gebleven, doch dat is niet zo volgens de officiële notulen.


(Wordt vervolgd)        


Bron: FNIP-NIEUWS, 13e jaargang nr. 2 - september 2011, Antwerpen (België)

Copyright © 2009-2012 Statuut 80
Design: Ben Koopmanschap
Laatst bijgewerkt: 11-01-2012